Het onderwerp, de persoonsvorm, het werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde
Gatenoefening.
Duid in de onderstaande zinnen het O, de Pv, het wwg of nwg aan.
Vb. 1. Onze lerares Nederlands heet Virginie Claeys.
O = Onze lerares Nederlands
Pv = heet
gezegde = nwg = heet Virginie Claeys