Onderwerp en werkwoordelijk gezegde

Gatenoefening

Typ het onderwerp en het werkwoordelijk gezegde in de vrije ruimte.
1. De gids excuseerde zich voor het ongemak.
onderwerp:
wwg:
2. De Titanic verging in de nacht van 14 op 15 april met man en muis.
onderwerp:
wwg:
3. In minder dan drie jaar betaalde de zakenman zijn lening af.
onderwerp:
wwg:
4. Het kleutertje wendde zich tot de juffrouw.
onderwerp:
wwg:
5. De onfortuinlijke man zat na de brand met de handen in het haar.
onderwerp:
wwg:
6. Vader was rustig in zijn krant aan het lezen.
onderwerp:
wwg:
7. Woensdagmiddag mag kleine Emiel bij zijn buurmeisje gaan spelen.
onderwerp:
wwg:
8. Wassen jullie zich in dat vies beekwater?
onderwerp:
wwg:
9. Nadien heeft de bakker onmiddellijk de hulpdiensten verwittigd.
onderwerp:
wwg:
10. Moeder zat in het schemerlicht aan haar jurk te naaien.
onderwerp:
wwg: