Het naamwoordelijk deel van het gezegde = Nd Gez.
Het naamwoordelijk gezegde
Is het onderstreepte zinsdeel naamwoordelijk deel van het gezegde (Nd Gez.)? Vink het juiste antwoord aan.
-
Tante kocht een Porsche voor mijn oom.
-
ja
-
nee
-
Vijftien leerlingen waren door ziekte afwezig.
-
ja
-
nee
-
De nieuwe leerling heet Klaas Wakker.
-
ja
-
nee
-
Ieder jaar komt mijn oom uit Amerika op bezoek.
-
ja
-
nee
-
Deze morgen leek opa verstrooid.
-
ja
-
nee
-
De leraar zit tijdens het examen een krant te lezen.
-
ja
-
nee
-
Tegen de avond werd de kleuter erg moe.
-
ja
-
nee
-
Negenennegentig wordt mijn grootmoeder volgende maand.
-
ja
-
nee
-
Zorgvuldig plooide het meisje het zilverpapiertje op.
-
ja
-
nee
-
Het schijnt dat hij overleden is.
-
ja
-
nee