Allerlei werkwoorden door elkaar

Benoem in de volgende zinnen het onderstreepte woord. Vink het juiste antwoord aan.

Pv = tt => persoonsvorm in de tegenwoordige tijd (ook de gebiedende wijs!)

Pv = vt, zwak ww => persoonsvorm in de verleden tijd, klankbehoudend werkwoord

Pv = vt, sterk ww => persoonsvorm in de verleden tijd, klankveranderend werkwoord

vd = voltooid deelwoord

ovd = onvoltooid deelwoord

inf. = infinitief

bn = bijvoeglijk naamwoord