Allerlei werkwoorden door elkaar

Gaten oefening

Vul de gaten aan en druk "Controleer". Gebruik de "Hint" toets om een extra letter te krijgen. Je kunt ook op "?" klikken om een tip te krijgen. Vergeet niet dat je punten verliest als je hints en tips vraagt!
1. De bakker bedien zelf de klanten.
2. Op de autoweg (rijden - vt) hij veel te snel.
3. Het (gebeuren - vt) wel eens dat mijn grootvader een grap (vertellen - vt).
4. Mijn buurman (schelden - vt) me de huid vol!
5. Ik wens dat ik later gelukkig wor.
6. Lan het vliegtuig om vijf voor zes?
7. Gisteren (wachten) de supporters uren op de bus.
8. Op skivakantie (breken - vt) hij een been.
9. Waarom (beslissen -tt) je om niet meer te komen?
10. Elke morgen (eten - vt) hij zes boterhammen met confituur.
11. Lui je deze morgen de klokken?
12. Ze twijfel aan het antwoord.
13. Hij (krijgen - vt) van zijn directeur een dagje vrij.
14. Ik (wonen ) vroeger enkele jaren in de stad.
15. Hij (spoeden - vt) zich naar de vergadering.