Aardrijkskundeles

Gatenoefening

In de volgende oefening werden een aantal werkwoorden uitgewist. Je vindt de infinitieven tussen haakjes. Zet de werkwoorden in de verleden tijd.

Een kleuterjuf uit Philadelphia (leren) haar kleuters aardrijkskunde.

Alle kleuters (brengen) één van hun knuffelberen mee naar de klas. Rond de nek van de beer (hangen) ze een kaartje. De knuffelbeer (meegeven) de kleuters met iemand die een verre reis (ondernemen) . Op dat kaartje (staan) een boodschap voor de reiziger. Er (worden) gevraagd de beer te helpen bij zijn reis. Zo (zenden) de reizigers kaartjes van de plaatsen waar de beer (zijn) geweest.

Met die kaartjes (lesgeven) de juf dan in de klas.

De kleuterklas (ontvangen) duizenden kaartjes. Eén beer (vliegen) zelfs bijna de hele wereld rond. Hij (meegaan) met een piloot . De piloot (meenemen) de beer naar Sarajevo, Italië, Duitsland en Hongarije.

De Amerikaanse kleuters (vinden) hun juf de leukste van de hele wereld!

Zij (kunnen) het weten.